(Weg)vliegen in de woestijn

Het is negen uur ’s avonds, muisstil. Midden in de woestijn. Een oranje maan verschijnt aan de horizon. Ik lig op mijn buik in de daktent en ben getuige van deze sprookjesachtige maan, die langzaam omhoog kruipt, naar alle miljoenen sterren die de hemel bedekken. De vallei waar we in staan wordt beetje bij beetje zichtbaarder, net als de rotsen. Tijdens de zonsondergang waren ze nog rood gekleurd, nu zie ik een prachtig silhouet. Naast me ligt Terra. Haar witte haar licht op door de maan, terwijl de warme wind door onze tent waait. Alles staat open; het tentdoek, de hemel, mijn zintuigen en mijn geest. Mijn ogen vallen half dicht, maar ik wil zo lang mogelijk getuige zijn van deze betoverende woestijnnacht.

Mijn gedachten dwalen af naar de afgelopen week. Naar onze twijfels om vier dagen dwars door het continent te rijden. Is het wel verantwoord? Is het niet te heet? Kunnen wij dit aan? Kunnen Terra en Maila dit aan? Wat als we onderweg stil komen te staan in 45 C graden, hoe lang moeten we dan wachten op hulp? In de zomer wordt deze outback-route nauwelijks gereden. Of als één van ons gebeten wordt door een giftige slang, hoe kunnen we dan in godsnaam op tijd bij een medisch centrum zijn?

1200 km gravelroad met currigations. Dat wil zeggen; vier dagen in een rammelende auto zitten, vanwege de wasbord-achtige hobbels in de weg. Dat is de Great Central Road. Van Laverton naar Yulara. Van West Australië naar de Northern Territories. Voor zeven dagen eten mee, 220 liter water, vliegenhoedjes, een volle tank en een expeditie mentaliteit. Door onze trekking in Nepal weten we inmiddels hoe we de meiden moeten voorbereiden op wat pittigere omstandigheden. Al een paar dagen van tevoren beginnen we met uitleggen wat de plannen zijn. Dat we daar dingen voor moeten  kopen of doen. Of ze mee willen denken met wat er nodig is. Uiteraard zijn alle ideeën top en heel erg welkom. 😊 Een dag voor vertrek wordt het verwachtingsmanagement aangescherpt: “Jongens, we gaan iets doen waarbij we een echt team moeten zijn. Het wordt misschien wel helemaal niet leuk. Er zijn veel vliegen, het is superheet en er zijn geen campings. Soms wordt je misschien gek van de hitte. Daarom moeten we een team zijn, want we moeten goed voor elkaar zorgen.” “Oh, maar dat is niet erg! Dat kunnen wij heel goed! Toch Terra?” is het antwoord van Maila. Haar zus knikt instemmend. Ik ga verder: “Het is wel bijzonder wat we gaan doen. We gaan kamperen onder heel veel sterren en we kunnen dansen in de woestijn. Misschien kunnen we ook een wilde dierenbingo doen?” “Jaaaaa!” roepen ze in koor. Aan hen zal het niet liggen. Ze hebben er zin in.

Op de ochtend van vertrek hebben we eerst nog een lijst af te werken. Tanken, laatste boodschappen, watertank aanvullen, langs de politie voor de wegomstandigheden, een berichtje sturen naar onze autoverhuurder en langs het informatiepunt om twee ‘permits’ aan te vragen, voor het rijden door Aboriginal communities. Om 10:00 uur kunnen we eindelijk weg.

We draaien de gravelroad op, laten de banden iets leeg lopen voor de goede bandenspanning, de high fives gaan in de lucht en na 500 meter zien we het eerste autowrak liggen. En nog één. En nog één. Dat geeft de burger moed… “Okay, we hebben nog een taak te doen,” zegt Ruud. “Wie gaat er autowrakken turven? En welke dieren moeten in de wilde dierenbingo?”

De eerste 150 km gaan gestaag. We kunnen niet harder dan 70 km/uur en regelmatig is dat zelfs te hard, waardoor we op en neer geschud worden als fruit in een blender. De wielen slippen regelmatig weg in het zachte zand. Achter het stuur zitten betekent geconcentreerd turen naar het rode wegdek vlak voor de auto, af en toe een blik werpen op de bandenspanningsmeter, twee handen aan het stuur, meezingen met Fleetwood Mac, maar vooral naar voren kijken. Op de achterbank gaat het prima. Buurman en Buurman staat aan op de Ipad, de meiden hebben een koptelefoon op en liggen dubbel van het lachen.

Het lachen werd al iets minder tijdens onze eerste lunch. Vliegen, vliegen en nog eens honderden dorstige vliegen. In je neus, in je oor, in je mond, in je ogen. Ondoenlijk om een boterham met kaas naar binnen te werken. Bij de eerste stop hebben we de kaas nog onder het vliegennet doorgeduwd, maar de rest van de dagen hebben we in de auto moeten eten. Even iets bekijken langs de weg? Vliegennet op. Plassen? Vliegen bij je billen. Met een verzengende zon op je hoofd. Buiten de auto zijn was pittig. In de auto was het prima. s’ Avonds onder de sterren was het geweldig.

Terra en Maila waren onder de indruk van de nachtelijke hemel. “Kijk, de Melkweg!” zei Terra. Ze zaten allebei in hun eigen daktent, naar elkaar te kletsen. “Wat is een melkweg?” vroeg Maila. “Dat is die witte streep daar bij de sterren, zie je die? Dat is de Melkweg,” antwoordde Terra. Het bleef even stil aan de andere kant. Ik zag een neusje tegen het gaas gedrukt. “Ja! Ik zie het!” zei ze, terwijl ze de verkeerde kant op keek. “Wat grappig. Een weg in de sterren. Rijden daar ook auto’s?” Terra corrigeerde haar nog: “Nee, niet echt een weg, maar zo noemen ze dat.” Maila luisterde al niet meer. Ik hoorde nog wat gemompel. Ze was druk met het recht leggen van haar knuffels.  

We hebben onverwachts ook nog een mooi souvenir gekocht. Op de weg naar Laverton, vóór onze woestijntocht, reden we door het spookstadje Kookynie, ooit één van de eerste goudzoekersteden. Heden ten dage telt het stadje maar twaalf inwoners en een pub, tevens dienst doende als tankstation, hotel, informatiecentrum en sociale opvang. Op zich niets bijzonders, behalve dat er altijd een paard voor de deur staat. Als je naar binnen of buiten wil, moet je langs het paard Willy. Soms klopt hij met z’n hoeven tegen de deur aan en regelmatig blokkeert hij de deur. Tijdens ons bezoekje aan deze afgelegen, bijzondere kroeg raakte ik aan de praat met een Aboriginal die een paar rollen zat te bekijken. Het waren geschilderde canvasdoeken, gemaakt door lokale Aboriginals. De barvrouw Margaret legde ons uit dat ze wel eens benzine betalen met een schilderij, als ze geen geld hebben. Ik zag een prachtig doek liggen en vroeg wat het kostte. “100 dollar, ” was haar antwoord. Een schijntje. In iedere galerie vragen ze het driedubbele. En zo liepen wij, langs Willy, de deur uit met een schilderij rijker.

Uiteindelijk heeft onze oversteek drie dagen geduurd i.p.v. vier. Het was te heet om overdag buiten te zijn. Rijden was de koelste manier om de dag door te komen. 254 autowrakken hebben we gezien, 20 wilde dromedarissen, 8 wilde paarden en 2 hagedissen. Maar ondanks de hitte zat ik regelmatig met tranen van geluk achter het stuur, me zó intens rijk en vrij te voelen. Dit oerlandschap doet iets met mij. En ook met Ruud.

Daar lag ik dan, op mijn buik naar de maan te kijken. Me dit allemaal te herinneren. Er was een uur verstreken. Had ik al geslapen? Had ik het gedroomd?

Ik keek naar Terra, naar de miljoenen sterren, naar de verlichte bergen en viel zachtjes in slaap.   

12 gedachten over “(Weg)vliegen in de woestijn

  1. Wát een indrukken om te verwerken en wat geweldig om dit je kinderen mee te laten maken. Daar kan toch niets tegen op . We wensen jullie nog een onvergetelijke tijd toe. Groetjes

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s