School of life

Ik keek naar de kapotte hangbrug en daarna naar de rivier om een inschatting te maken van de route.

“Oké dames, schoenen uit, veters aan elkaar knopen en om je nek hangen. Het is te diep, waarschijnlijk komt het water tot aan de knieën.”

“Is het water koud?” vroeg Terra.

“Tuurlijk,” antwoordde ik. “Het komt van de bergen af, maar het zal niet zo koud zijn als op het Zuidereiland.”

Als er iemand een gruwelijke hekel heeft aan koud water, ben ik het wel. Het liefst sta ik onder een stomende, hete douche of lig ik in een snikheet bad. Koud afdouchen of vrijwillig in een ijsbad gaan liggen staat dan ook niet op mijn bucketlist. Een koude rivier oversteken valt nog in de categorie ‘avontuur’, dus daar wil ik nog wel een uitzondering voor maken.   

We waren onderweg naar een hut. De Waitawheta hut. De meiden droegen allebei een lichte rugzak (Terra i.v.m. haar knie) en ik eentje van 20 kilo, aangezien manlief niet mee kon en ik als pakezel fungeerde. Een wandeling van ongeveer vier uur, over verschillende hangbruggen, door dichtbegroeid bos en langs de rivier. Het regende af en toe, maar het maakte niet uit. Natte omelet is ook omelet. Het was leuk om onderweg te zijn en elkaar te helpen bij moeilijke stukjes.

“Ik denk dat de hut er heel gezellig uit ziet,” zei Maila. “Met hout en gezellige gordijntjes, een beetje zoals in Oostenrijk. Met stapelbedden en een knusse keuken.”

Ik wist wel beter. De hutten hier zijn erg basic. Het viel haar dan ook een beetje tegen toen we arriveerden. Geen lampen, donkere ruimtes, geen gordijnen, geen kookspullen, twee slaapzalen met wat planken waar je matrassen op schuift en een irritant, hyper jochie van tien jaar met een vader die iedere keer stiekem naar buiten ging om bier te drinken. Er is niks in zo’n hut, dus je moet jezelf maar zien te vermaken. Dat lukte het jongetje alleraardigst. Met lucifers spelen, keihard blazen in de kachel waardoor het vuur iedere keer uit ging en de hele tent uitgerookt werd, op blote voeten door de regen lopen en daarna door de hut, een brander aandoen en zelf chocomelk maken, ongevraagd meedoen met kaartspelletjes en zó luid praten dat we aan de andere tafel elkaar niet meer verstonden. Ik kijk niet snel een kind geïrriteerd aan, maar als een kind de hele tijd met z’n tengels aan de kachel zit en niet luistert, zegt dat hij er verstand van heeft en niet wordt gecorrigeerd door z’n vader of moeder, dan kun je ook wat helse blikken uit mijn ogen verwachten. Een andere ouder deed ook een poging. Hij verhief zijn stem terwijl hij in zijn macaroni zat te roeren: “Wil iedereen hier in deze hut, maar VOORAL ÉÉN PERSOON, niet zo hard praten! Er zijn hier meer mensen!” Er volgde een zalige stilte. Voor 10 seconden.

Na het eten gaan de meesten richting slaapzak. De stuiterbal en zijn corpulente, naar alcohol stinkende vader lagen gelukkig in de andere slaapzaal. Tezamen met nog twee andere families. De snurkzaal. Wij lagen in de kleinere zaal, samen met nog een andere moeder en dochter. Niet dat je veel slaapt in zo’n hut, aangezien er iedere keer weer iemand is die naar het toilet moet (wat buiten is, in een hokje) en de deur open of dicht gaat. Gesnurk gaat door de wanden en het is benauwd in zo’n ruimte.

Wij hadden uiteindelijk toch een fijne hut-ervaring, omdat het ook gewoon leuk is om zo basic te overnachten. Met een zaklamp je weg vinden en lekker in je slaapzak kruipen. Eten uit een zakje en genieten van een warme kop thee, gemaakt op een brander.

Onze terugtocht, de dag later, verliep modderig, glibberig en gezellig. Wederom moesten de schoenen uit en dit keer was de rivier iets hoger aangezien het ’s nachts flink geregend had.

De dames hebben weer flink wat skills geleerd: Do’s and dont’s bij rivierovergangen, hoe met stokken te lopen of ze andersoortig in te zetten, koken op een brander, hoe een grote trekkingrugzak in te pakken, hoe je je mindset zelf kunt beïnvloeden, dat je elkaar nodig hebt bij uitdagingen (in het leven en op een trekking) en hoe om te gaan met etterjochies. Ook belangrijk.

Ons wandelavontuur was geslaagd!

Waar was Ruud al die tijd? In het strandhuis van zijn familie, bij Bruce en Trudy. Laatstgenoemde is een nicht van zijn moeder, maar geboren in Nieuw Zeeland. Bruce en Trudy (wat ik regelmatig door elkaar haal en ze Truce en Brudy noem) hebben twee huizen. Ze hebben een boerderij en sinds vier jaar hebben ze ook een huis aan zee. Wij verblijven met hen op beide plekken, zodat Ruud zijn revalidatie op kan starten. 

Als we op de boerderij zijn vermaken de dames zich voornamelijk met Bruce helpen. Koeien verplaatsen naar een andere wei met de ‘buggy’, prikkeldraad repareren, koeien observeren om te kijken of ze ziek zijn, een hek repareren, maar het allerleukste is zelf sturen en rondscheuren in het karretje.

Bij het strandhuis liggen de kaarten iets anders. Beetje kayakken, koekjes bakken, huiswerk maken of stenen zoeken om een onderlegger van te maken. En op deze plek is vissen het allerleukste! Echt vissen op een vissersbootje, op de zee. Iets wat we allemaal nog nooit hadden gedaan. Ik heb ooit wel eens een boom gevangen met een hengel, toen ik een vriendje had die fervent visser was, maar een vis aan de haak slaan is andere koek. En ik zou Ruud niet willen bestempelen als mijn knappe vis, hoewel hij wel knap is en ik hem ergens ook heb binnen gehengeld.

Bruce is een no nonsense man. Houdt van een biertje met de buurman, houdt van veel vlees, salade is voor konijnen, valt ’s avonds in slaap op de bank, is hardwerkend en kan ook goed niksen, is geduldig en allervriendelijkst.
Trudy bakt op één dag drie cakes, spit de moestuin om, gaat ‘even’ vijf kilometer kayakken, maakt pruimenjam, vijgenchutney en tomatenrelish binnen één uur en allemaal uit eigen tuin, ook uitermate geduldig, helpt iedereen en is bestuurslid bij de roeivereniging. Met hen tijd verdrijven is dan ook uitermate gezellig en vermakelijk.

Zij zijn tezamen ook nog eens een goed team, wat je direct kunt aflezen aan hoe ze samen een boot besturen. Zij de navigatie en het anker, hij de motor en het te water laten. Zij de schone messen en de ijsbakken, hij het aas en de hengels.

Terra, Maila en ik kregen eerst les in hengel uitwerpen. Daarna ‘wat te doen bij een nibbelende vis die alleen het aas probeert op te eten’ en vervolgens hoe je een vis binnen hengelt.

Dat was het startschot voor vele Snappers. De één na de ander kwam aan de haak. Even meten hoe groot ie was en daarna óf terug het water in, óf in de koelbox voor het avondeten. Velen werden weer terug gegooid omdat ze te klein waren. Als de vis kleiner is dan 33 cm moet ie weer terug, om de visstand gezond te houden. Aan mijn hengel gebeurde niet zoveel, totdat er ineens een grote aanzat. Geduld is kennelijk een schone haak. Of zaak.

Een paar uur dobberen was genoeg om ons avondeten bij elkaar te sprokkelen.

Het was een leerzame week. Eigenlijk is zo’n reis al een vorm van onderwijs. Wat mij betreft de meest leuke school die er bestaat. Ervaren, verwonderen, reflecteren, niksen en actie zijn de hoofdvakken. Ik bied me aan als leerling en leraar.

Eén gedachte over “School of life

  1. heerlijk Maaike, hoe jullie zo het leerzame avontuur beleven! En fijn dat ondanks het gebroken been er toch avontuur en vrijheid beleefd wordt!! Ik geniet van de verhalen!

    Like

Geef een reactie op B.N. Schreuder Reactie annuleren