soepele zaken

Ken je dat? Dat als je zegt dat alles goed gaat tot zover, het een uitnodiging is voor het lot om er eens lekker mee te sollen?

Tijdens het boarden voor Perth, in Kuala Lumpur, zei ik tegen Maila: “Het gaat wel lekker smooth zo, vind je niet? Gisteren prima vlucht, vannacht goed geslapen, lekker ontbijtje, deze vlucht gaat ook vlotjes. Top!”

Achter ons stond een man die zijn ontbijt onder zijn mond had zitten, naar rotte garnalen stonk, bruine schimmeltenen had die uit zijn kapotte sandalen staken en we werden pas echt onpasselijk toen hij een onverstaanbaar praatje probeerde te maken. We hoopten vurig dat deze man niet naast ons zou zitten. Toen hij het andere gangpad nam, slaakten we dan ook allemaal een zucht van verlichting. Zie je wel? Het lot is ons gunstig gezind.

Alle sardientjes aan boord? Deuren dicht en klaarmaken voor take off. We merkten al op dat het heel erg warm was in het vliegtuig, maar dat zou gauw beter worden, verzekerde de stewardess van Air Asia ons. Een kwartier later was de temperatuur binnen al met vijf graden gestegen naar 38 graden en we stonden nog steeds stil. Mensen begonnen te wapperen met de noodgevallenkaart, sommigen vroegen geïrriteerd aan de te warm geklede en daarom zwetende steward waarom de airconditioning niet aanging, anderen vroegen om bekertjes water.

Wat een verschrikkelijk beroep lijkt me dat. Altijd in een rammelende luchtbus aardig moeten doen, ook als er een storing is en de mensen hun pre frontale cortex achter hebben gelaten op het vliegveld.

Drie kwartier later. Ruud droop inmiddels van zijn stoel af en foeterde wat in het rond, mijn buurvrouw viel bijna flauw, Terra en Maila liepen steeds roder aan en mijn thermostaat liep ook hoog op.  We zaten al zo lang in deze verstikkende sauna die alsmaar heter werd, zonder water en mededelingen, dus ik drukte op het belletje boven de stoel.

“Yes. No. I understand. I’m sorry. Dit vliegtuig moet altijd even op gang komen, straks als we in de lucht zitten gaat de airco wel aan waarschijnlijk, want daar is de lucht koeler,” antwoordde de zwetende steward.

Ik googelde snel in mijn eigen neurale netwerk. Huh? Een vliegtuig wat op gang moet komen? Het is toch geen diesel? En sinds wanneer bepaalt de buitenlucht de binnentemperatuur op 10 km hoogte?  

“Nou, er moet toch iets van een beslissing gemaakt worden, zo kan het toch niet langer? Er vallen mensen flauw. En we kunnen toch niet gokken dat er misschien airco komt als we in de lucht zijn?” vroeg ik.

Het zweet gutste van het vrouwelijk, opgemaakte gezicht van de mannelijke steward. “Yes… No… I understand.” Hij wist dat hij niet meer weg kwam met sorry’s en een kulverhaal en vervolgde: “The problem is, there’s something wrong with the electricity panel. I will ask the captain.”

Ook daarom lijkt het me een naar beroep; je kunt het nooit goed doen. Smoesjes worden niet gepikt, maar dat het vliegtuig kapot is willen mensen ook niet horen. Zeker niet als je dan toch opstijgt en 6 uur lang bij ieder geluidje je afvraagt of het toch wel echt gemaakt is. Wat in ons geval zo was, want na een uur stil te staan en als een kikker gekookt te worden, kwam er ineens een vlaag koude lucht langs mijn gezicht en begon het vliegtuig te rijden. Ik deed snel een schietgebedje en een continent verderop zwoer dat ik nooit meer zou zeggen dat iets smooth gaat.

Als is die verleiding nu erg groot. We zitten in een groot penthouse, middenin een hippe wijk van Perth, uitkijkend over de stad. Dit riante optrekje op de vijfde verdieping is van Steve. Een Australische ‘bloke’ die we op onze reis in 2018 hebben ontmoet in Nepal. Wat wij destijds niet wisten, was dat deze man multimiljonair is. Hij heeft meerdere miljoenenhuizen voor zichzelf en zijn vrouw (waaronder eentje met een heliplatform en een bioscoop), een enorm jacht met schipper, 40 Harley’s, 20 oldtimers, een ‘kleine’ boot en hij houdt van zijn negen kleinkinderen en wandelen naar Santiago in Portugal. Een doodnormale man, zeer vrijgevig en behulpzaam.

We bewonen dit appartement met volle overtuiging. De nooit gebruikte oven is nu gedoopt met gebakken koekjes, muffins en gegrilde pompoen. De nooit gebruikte kookplaat heeft zijn eerste schram te pakken en de onaangetaste snijplank ziet eruit alsof ie al jaren in gebruik is. We roepen ooh en aah bij de ondergaande zon vanaf het dakterras en als het huiswerk klaar is, vertrekken we richting oceaan voor een partijtje body boarden, zwemmen en gestoken worden door kwallen.

De auto die ons daar brengt is ook van Steve. Op de app waarschuwde hij al dat het een grote auto is. Ik grapte nog dat het voor ons niet groot genoeg kan zijn, aangezien we absurd veel bagage meehebben. Hij waarschuwde nog een keer. En terecht.

Mijn bovenkant hoofd komt tot aan de onderkant van het raam. Het ding is bijna zeven meter lang. Een volle tank kost 380 dollar, sturen is een workout op zichzelf en hij heeft een draaicirkel van een halve rotonde. Ik moet iedere keer lachen als we met de auto gaan. Het woord auto klopt helemaal niet. Dit is meer een monstertruck die over andere auto’s heen kan rijden. Ruud rijdt het ding overigens alsof ie hier al jaren woont. Rechterarm uit het raam, wapperende krullen onder z’n pet vandaan, zwembroek aan, hempie van Ripcurl en op z’n blote voeten naar de parkeermeter. Helemaal in z’n element. Even terzijde: vandaag hebben we onze off-road caravan opgehaald. Ruuds woorden: “Dit is het leukste speelgoed wat ik ooit heb gehad!” Waarschijnlijk staat een zaagtafel op nummer twee, als ik hem een beetje ken.

De dames worden blij van vers gebakken brood, fish en chips aan het strand en echte, zoute dropjes van Venco uit de delicatessenzaak op de hoek. Mijn darmen gedragen zich, na twee antibiotica kuren, gelukkig weer een beetje normaal. Het is in zijn geheel een goede start van het nieuwe jaar.

Ons oude jaar hebben we afgesloten met kaasjes van eerder genoemde winkel, de Top 2000 (tot nummer 50 i.v.m. tijdsverschil), een complimentenrondje en een tip. Iedereen geeft iedereen complimenten en één tip.

Dit is een vast ritueel bij ons, waar we mee begonnen zijn op onze eerste reis en nog steeds een paar keer per jaar doen.

Ruud kreeg complimenten over dat hij zo goed alle geldzaken bij kan houden in Excel, zo goed hier auto kan rijden en Maila had nog een tip voor in de toekomst: “Jullie slaapkamer moet je leuker inrichten. Het is zo saai, het is altijd hetzelfde! Misschien iets met roze? “

Terra’s veren bestonden uit hoe ze anderen inspireert met haar muziekkennis, hoe knap ze de Wereldschool oppakt en de tip refereerde aan een bordje wat bij mijn lieve ouders aan de muur hangt: “Als je denkt dat alles tegenzit, denk dan nog eens.” Iets wat vele pubers op hun deur zouden moeten hangen.

Wat Maila kon bekoren was het compliment dat ze zo zichzelf blijft en zo vaak vrolijk is. De, voor haar, belangrijkste tip, kwam van haar grote zus: “Misschien moet je je kamer wat vaker opruimen. Dat geeft een lekker gevoel.”

En als laatste mocht ik ‘mijn’ woorden ontvangen: “Dat je zo mooi eten kunt klaarmaken, zonder dat je dat doorhebt en dat je altijd zo goed luistert en aandacht hebt voor ons.” De tip? “Meer tijd nemen voor jezelf mama.”

Tja. Dat vind ik inderdaad lastig. Zeker als je in zo’n 24-uurs bubbel leeft met elkaar. Degenen die mij goed kennen, hoor ik nu denken dat het daar niets mee te maken heeft. Ze hebben uiteraard gelijk.

Om middernacht proostten we op het Nieuwe jaar, bekeken het vuurwerk in de verte en ploften gauw het bed in.

Onze nieuwjaarsdag was een heerlijke dag, vol met strand, zee, wind en ijsjes.

Alles bij elkaar opgeteld zou je bijna kunnen zeggen dat het hier fijn en vlotjes verloopt.

Bijna.

Ssst.

2 reacties op “soepele zaken

Geef een reactie op Cornelis Offereins Reactie annuleren