Flora, Vlaai en Fauna

De discolampen gaan aan. Onder water, in ‘ons’ zwembad. Maila zwiert erop los, op ‘Unstoppable’ van Sia. Boven ons hoofd vliegen vleermuizen van een meter groot. Als het donker wordt komen ze uit de enorme rotswand, begroeit met jungle, van 200 meter hoog die tegenover ons huisje ligt. Ruud komt aanlopen met een bord in zijn hand.

“Wie wil er een stuk Limburgse appelvlaai?”

Een echte. Gebakken door Maila en Raoul. Een vriend van ons, woonachtig in Myanmar, maar opgegroeid in Limburg en een bijbaan had bij de plaatselijke vlaaienbakker, is een paar dagen bij ons om Kerst te vieren. Kersenvlaai, pruimenvlaai, kruimelvlaai; hij draait er zijn hand niet voor om.

Het is een welkome smaak voor de dames, aangezien de week daarvoor vooral bestond uit rijst, rijst en rijst. Maar dan wel op een schitterende plek!

Na Hua Hin zijn we verder getrokken, met de trein, naar het zuiden. Via Surat Thani, naar Khao Sok. Eén van de mooiste Nationale Parken van Thailand, naar men zegt.

“This is your home, if you need anything I’m near the boat,” zei Ens, onze gids. Er kwam een golf aan van een andere longtailboat, waardoor ons huisje flink heen en weer schommelde.

Hmmm. Ik had het gelezen. ‘Floating bungalow’. En kennelijk was er iets misgegaan in de registratie daarvan in mijn hoofd. Mijn brein had niet bedacht dat het los op het water zou liggen en met iedere golf of rimpel zou meedeinen. Ik kreeg een flash back naar het eerste weekendje weg van Ruud en mij. Amper zes weken samen, hartstikke verliefd en Ruud wilde me verrassen door een hotel te boeken in Maastricht. Hij zou niks zeggen, ik zou het wel zien als we daar zouden aankomen. Eenmaal voor de steiger begreep ik het pas: Het Botel. Een dobberend hotel op de Maas. Omdat het zo lief bedoeld was, zei ik maar niet dat ik wagenziekte, zeeziekte, luchtziekte, schommelziekte en alle andere varianten bezit. Ik zou me er wel doorheen slaan en we zouden er toch niet veel zijn. En zoals je dan als verliefd stel doet; je gaat de stad in, je drinkt wat, je eet wat, je drinkt nog eens wat, het wordt laat, je drinkt nog eens wat en je gaat naar je hotel. In ons geval een dobberend klein kamertje. Kotsmisselijk was ik. Half over de reling hangend, tussen twee golven door (en dan bedoel ik niet het water), vroeg ik of we een volgende keer in een echt hotel konden slapen…

Ik keek naar de 12 m2 wat onze ‘bungalow’ heette. Vier matrassen op de grond, naast elkaar, een looppaadje eromheen van twee slippers breed, twee kayaks aan een vlonder waarvan je rechtstreeks het meer in kon springen. Er waren bijna geen andere gasten, er was stilte, achter de bungalows lag de jungle op verschillende eilanden; het leek wel een paradijs! Binnen twee minuten lagen we in het water, onszelf gelukkig prijzend met deze plek. Ik pakte een kayak en peddelde naar een dichtbij gelegen, heuvelachtig eiland, vol met jungle begroeiing. Stilte. Volledige stilte. Alleen het heldere turqouise water, het eiland en ik. M’n gele peddel liet ik even werkeloos op de kayak rusten, zodat er nog meer stilte kon zijn. Het was magisch.

Binnen een paar minuten zag ik blaadjes vallen. Er was geen wind, dus dat was gek. Vervolgens begonnen een paar takken te bewegen en hoorde ik een plof. Apen! Bril langoeren om precies te zijn. Vanaf het water kon ik een klein aapje op een bamboestengel zien klimmen naar zijn moeder, de wat oudere sprongen van boom naar boom en vader aap kwam als laatste voorbij.

Een half uur. Alleen maar daar dat. Apen kijken, beetje bijpeddelen, luisteren naar de geluiden van de jungle. Ik wist dat ik ook weer terug moest aangezien ik geen petje op had en mijn hoofd heet begon te worden van de felle zon, maar ik had daar uren achter elkaar kunnen dobberen. Ik heb een voorliefde voor apen. In mijn gevarieerde werkende leven heb ik een paar jaar op Apenheul gewerkt als dierverzorger.

Rustig voer ik terug, helemaal zen en als een kind zo blij met wat ik had ervaren. Ik peddelde het hoekje om.

In één klap was ik alle magie weg. Een grote groep van 30 Thaise twintigers was aangekomen en sprongen in het water als maniakken, met sigaretten op hun lip terwijl ze zwommen, muziekboxen werden geïnstalleerd, bierblikjes werden overgegooid en er werd vooral heel veel geschreeuwd. Flessen whisky kwamen tevoorschijn, ielige Thaise jongens hingen de clown uit en binnen no time lagen er peuken in het water.

Ik zeg het niet snel.

What the Fuck??

Kunnen deze jongens niet gewoon bij een zompig vijvertje in het dorp gaan hangen?

Onze gids keek ook raar op. Dit had hij nog niet eerder meegemaakt. Er was ook goed nieuws. Ze zouden maar één nachtje blijven.

De dagen die volgden bestonden uit deze groep uitzwaaien, de stilte weer opzoeken, naar de gibbons luisteren die overal om ons heen verstopt zaten in de jungle, heerlijke boottochten maken om toekans, apen en wilde olifanten te zien, de prachtige zonsopgang en zonsondergang fotograferen vanaf het meer, rijst en curry eten, veel kayakken, oneindig vaak van de vlonder springen en korte wandelingetjes maken langs bijzondere bomen en watervallen.

De nachten waren even wennen. Met je hoofd bijna op het water liggen, alleen een houten vloer ertussen, maakt dat je alle ploeink, ploink en boemp geluiden direct hoort. Het matras was meer een zak met ijzeren spiralen en de deining zorgde voor enige mis oriëntatie. Uiteindelijk lukte het ons, inclusief mezelf, om te wennen aan dit alles zonder over vlonders te hangen of maagflora aan te bieden als vissenvoer.

Over inwendige flora gesproken; dat is de laatste week niet zo goed gegaan. Mijn darmen zijn van de leg. Ik zit al een week op een dieet van witte rijst en geraspte appel. Kramp bepaalt de mate van horizontaal of verticaal aanwezig zijn. Sinds gisteren aan de antibiotica, aangezien het niet weg gaat en ik steeds slapper word. De voorlopige diagnose staat op bacterie, de daaropvolgende wordt ‘parasiet’.  

Gelukkig zitten we op een fijne plek, waar een kerstboom staat naast de bank. Raoul bakt vlaaien, Ruud kan helpen klussen bij de eigenaar van het huisje en de meiden kunnen hun eigen gang gaan met huiswerk en zwemmen. De gibbons horen we in de verte, net als de makaken die in het aangelegen palmbomenbos door de bomen springen.

Aan fauna geen gebrek hier. Schorpioenen hebben we nog niet gezien, maar slangen van twee meter wel, wandelende takken, miljoenpoten, spinnen zo groot als je hand (ook in huis) en zeer giftige, rode duizendpoten slingeren door de badkamer langs je blote voeten.

Nog twee dagen te gaan in Thailand. Woensdag vliegen we verder. Naar Australië! Drie weken lang Down Under. Vrienden weerzien, Oud en Nieuw vieren en rondcrossen met een offroad campertrailer. Eens kijken of we nog meer giftige dieren kunnen ontmoeten. 

It’s time to vlaai away.    

Fijne Feestdagen!

7 reacties op “Flora, Vlaai en Fauna

  1. Lieve Maaike, hele fijne feestdagen voor jou Ruud en de kinderen. Je laatste blog ontroert me. Ik voel er doorheen hoe ontzettend jullie aan het genieten zijn. Het voelt alsof alles in stilte,
    Rust en balans is daarbinnen bij jou . Ik vaar mee op die energie, onder mijn kerstboom. Dank daarvoor en liefs Cecile

    Geliked door 1 persoon

  2. Wat een avontuur, mooi hoe je dit verteld en veel beterschap !
    Ik wens jullie een hele moooie jaarwisseling in Australië 🥂💥en alvast een mooie voortzetting van jullie reis in 2024 in goede gezondheid met elkaar 😘
    Lieve groetjes van Mieke ( collega van Mari de schans )

    Geliked door 1 persoon

  3. Weer prachtige belevenissen. Wat moeten jullie genieten van de fantastische natuurlijke omgeving. En dan ook nog verwend worden met Limburgse vlaai. Mmmm heerlijk toch. Wens je toe dat je de lastige bacteriën in Thailand kunt laten en gezond in Australië bent aangekomen. Goede jaarwisseling. Groetjes van ons, P en T.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Mieke Reactie annuleren