Familie

De heenreis naar de pinautomaat was flink billenknijpen achterop een motor. Haarspeldbochten en maniakale tegemoetkomende bussen trotserend. De terugreis was een feestje. In precies zo’n bus.

Buiten Kathmandu zijn er nergens bushaltes te vinden, waardoor de juiste bus vinden al een klusje is. Uiteindelijk vond ik het gammele vehikel wat mij terug zou brengen naar onze huidige thuisbasis. Er liep ergens een jongen bij een karretje met pinda’s, op badslippers, die de assistent van de chauffeur zou zijn. Ik vertelde waar ik naar toe moest, hij wiebelde met zijn hoofd, ik vroeg of hij het snapte, hij wiebelde met zijn hoofd, ik keek ‘m nog eens aan, hij wiebelde weer met zijn hoofd en vroeg om 60 rupees. Ik stapte de bus in en werd aangestaard door zeven Nepalese vrouwen, gekleed in prachtige rode gewaden, tinkelende armbanden, rode lippen en een stip op hun voorhoofd. Ze zaten voorin, naast de stoel van de chauffeur (stuur aan de rechterkant en linksrijdend hier), waar rood beklede bankjes waren gemaakt. Een klein kindje gaf haar chipjes aan het speelgoedhondje wat de chauffeur op zijn dashboard had gezet, naast een Hindi beeldje en een mandje met tandenborstels. De details zijn kennelijk belangrijk hier.

De voorruit was versierd met gordijnen met groene en rode franjes en uit verschillende speakers klonk harde Nepalese Hindi muziek. Alleen al zitten en alles in je opnemen is een feest voor de zintuigen.

Ik was even bang dat mijn wiebel assistent niet mee zou gaan, omdat de bus al begon te rijden, maar als een volleerd paardrijder sprong hij op het paard terwijl het al reed. Hij stond in de deuropening van de bus, die open bleef, hing naar buiten en zette zijn badslipper nonchalant tegen de rand van de deur als we scherp door de bochten gingen en telde het geld van alle inzittenden. Hij deed me denken aan zo’n kermisgast die, met een peuk op zijn lippen en instapsloffen, kaartjes ophaalt in draaiende attracties. Hij onthield iedere struik of bocht waar er iemand uit moest en communiceerde in een eigen taal met de chauffeur. Fluiten betekende ‘je moet bijna stoppen’, twee keer slaan op de ingeklapte deur betekende ‘stop’ en keihard op de buitenkant van de bus rammen betekende ‘gas erop’ en dat allemaal terwijl de Bollywood achtige muziek ons vergezelde, slingerend door de haarspeldbochten.

Bij iedere bocht toeteren deze chauffeurs (onze tutetuutuutuutetutututuut is er niks bij, hier hoor je een valse trompetriedel met het volume van een scheepshoorn), om te voorkomen dat ze van de weg gedrukt worden en van de bergwand vallen.

Na 15 minuten feest kwam ik aan bij Hasera. Een permaculturele, biologische ‘farmstay’ waar we sinds dinsdag verblijven. Het wordt gerund door de liefste familie van Nepal en door de liefste geiten van Nepal, uitkijkend op de witte pieken van de hoogste bergen van de wereld. Ze ontvangen gasten en geven trainingen aan groepen die willen leren over permacultureel land verbouwen.

Maila en Terra zijn helemaal in hun nopjes hier. Er is geen luxe, meer basic dan dit hebben we het nog niet gehad in Nepal (refererend aan onze vorige reis in Nepal). De douche is niet meer dan een hokje wat bijna uit elkaar valt en geeft alleen koud water. Alles in de keuken is vies aangezien ze het of níet afwassen of alleen met het koude water. Melk, vers van de koe, spat uit de pan of valt op de grond en niks wordt schoon gemaakt, een doekje ergens overheen halen bestaat niet, de vloer en de muren zijn vies, de afwas doen ze naast het geitenhok, houten snijplanken die al generaties lang meegaan hebben nog nooit een afwasborstel gezien, vervangen doen ze natuurlijk helemaal niet aan, wc papier doen ze ook niet aan (wij wel) en overal hangen enorme spinnen in webben van een vierkante meter. Het deert allemaal niet.

Ze lopen hier rond alsof ze er al jaren wonen. Maila wordt liefdevol aan haar hand meegenomen om groente te plukken in de tuin, terwijl Terra de geiten voert of de aardappels schilt. We eten iedere maaltijd met de familie, maken huiswerk met de indrukwekkende Himalaya op de achtergrond en als we even pauze willen struinen we door de steile, terrasachtige enorme tuin die vol staat met verse groenten en ontelbare bloemen.

Terra voert gesprekken met vier Israelische meiden, die hier ook te gast zijn, over de verschrikkelijke situatie in Israël en Palestina. We zijn allemaal bevriend geraakt met Anna en Felipe uit Colombia en Maila voert hele conversaties (in het Engels!) met Felipe over sterrenstelsels, planeten en magie.

Het is onbeschrijflijk wat de meiden hier allemaal leren. De binnen- en buitenwereld groeit met de minuut. Natuurlijk is er ook wiskunde, biologie, scheikunde, taal en spelling, maar ik moet eerlijk bekennen dat ik soms een beetje afhaak bij een biologievraag als: “Wat is er slecht aan roken en hoe zou jij zelf nee zeggen als iemand je een sigaret aanbiedt? Schrijf een werkstuk van vier pagina’s inclusief afbeeldingen.” Waar is de goede oude tijd gebleven dat biologielessen bestonden uit vissenogen fileren en grappen maken over voortplantingsplaatjes?

De anatomie van het menselijk lichaam is hier overigens de laatste dagen nog onderwerp van gesprek geweest. Ten eerste omdat Terra een lelijke val van drie meter heeft gemaakt, in het donker, langs scherpe dakplaten en uitstekende ijzeren pinnen en er wonder boven wonder met een paar schrammen van af is gekomen. Toen we bij daglicht nog eens keken naar de plek, beseften we dat ze een engeltje op haar schouder heeft gehad en haar rug of nek had kunnen breken.

Het tweede onderwerp wat ter tafel kwam was de fysieke conditie van knieën, schenen en enkels. Ruud had twee dagen voor vertrek nog op zijn knie getimmerd met een hamer, Terra’s knieën zijn na een jarenlange blessure weer hockeyproof, maar geven stekende pijnen bij het wandelen in de heuvels en mijn linker scheenbeen en – enkel doen het soms wel, soms niet.

Nu is dat allemaal niet zo’n punt, ware het niet dat we een trekking op het programma hadden staan. We hebben besloten om het af te blazen. Het zou betekenen dat twee van ons iedere dag met (toenemende) pijn zouden moeten lopen, twee à drie weken lang. Het is geen toegankelijk gebied, waar je makkelijk in en uit rijdt en er zijn geen medische voorzieningen. Het is een dag rijden om er te komen, er zouden twee dragers en een gids meegaan, permits en ander bureaucratisch geneuzel moet van tevoren worden geregeld en betaald, kortom: alles bij elkaar opgeteld is het beter niet te doen.

Daar balen we best een beetje van. Hier keken we allemaal al maanden naar uit. We verheugden ons enorm op (nog een keer) wandelen in de hoogste bergen van de wereld. Alles in kannen en kruiken, alles geregeld van tevoren wat we moesten regelen, maar helaas. Gezondheid is het belangrijkste en drie weken lang lopen met steken en veel pijn is het zeker niet waard.

Na een potje vloeken en grondig sip zijn, staat de focus weer op: En wat dan nu? In Nepal blijven of eerder naar Thailand? Of toch naar India? Of via vrienden in Australië naar Nieuw Zeeland? En als we nog vijf weken in Nepal blijven, wat gaan we dan doen? Het staat in ieder geval allemaal weer open. Ook best fijn.

Morgen gaan we weer terug naar Kathmandu en hoogstwaarschijnlijk gaan we een Hindu festival vieren met deze fantastische familie.

Samen. Dat blijft de belangrijkste ingang naar geluk. Samen onderweg, samen vieren, samen balen, samen zingen, samen eten, samen koken, samen groeien.

Met af en toe zo’n busritje erbij. Ik prijs mezelf diep gelukkig.  

Eén gedachte over “Familie

  1. Wat fijn om te horen, Maaike! (Ook dat je kennelijk geen aardbeving hebt meegemaakt!)
    Eigenlijk ben ik opgelucht dat jullie de bergtocht hebben afgezegd, ik maakte me al zorgen om blijvend letsel.
    Nu maar kijken wat er op jullie afkomt!
    Heel veel plezier en avontuur!!
    Bibi

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie