Dit hadden we niet helemaal zo bedacht. Terwijl ik dit typ is het 35 graden in onze trein, derde klas, geen airco maar een paar wiebelige ventilatoren aan het plafond en we zitten zo goed als naast de ranzige hurkwc waarvan de deur open blijft staan. Als de trein langzaam rijdt is het nog warmer, aangezien er dan weinig wind door de open ramen komt en de zure urinestank de geur aanneemt van een open riool. Mijn benen plakken aan het te kleine vierzitsbankje wat verschuift als iemand van ons beweegt, terwijl het landschap met bananenbomen en rijstvelden voorbij rammelt. Vijf uur lang bezweet opgefrommeld zitten als een gekookt sardientje in een trein die van armoe uit elkaar valt. De Thai zelf zitten in lange spijkerbroeken en dikke truien naast ons. Alsof het winter is. Ik las dat het in Nederland heeft gesneeuwd in het zuiden. Doe mij een sneeuwbal. Het is hier verdikkeme 35 graden en waarschijnlijk in de trein nog vijf erbij.



Wat de rit nog wel interessant maakt, zijn de verkopers die in de trein voorbij komen met manden vol ondefinieerbare zakjes waar eten in zit. Soms lijken het broodballetjes, maar blijkt het een bolletje vis te zijn. We zien iets van een kokosdrilbakje, gekookte eieren met saus, zelfgemaakte ijskoffie van slootwater, varkensribben en hele rijstpakketten waar nog meer varkensonderdelen in zitten. De venters roepen vooral “Kaaaaah”, met een lange nasale stem zodat iedereen ze hoort.
We zijn onderweg naar Hua Hin, na een paar dagen in Bangkok te hebben doorgebracht.
Het was (en is) best even schakelen, van Nepal naar Thailand. Onder andere dat eten. Ik verwachtte op iedere straathoek geurende gele en groene curry’s, veel vegetarische gerechten en heel veel kokosmelk. Ik ben niet zo van de varkenskoppen en octopussen, maar dat is toch wel een groot deel van de gemiddelde menukaart. Gelukkig kwam ik wel mijn favoriete papayasalade tegen. Voor de niet kenners; dit is een salade gemaakt van reepjes niet rijpe papaya en wortel, gedrenkt in een loei pittige pepermarinade, afgemaakt met verbrokkelde pinda’s en nog meer peper. Niet te doen, maar wel lekker. Mijn mond stond in brand en je kunt je afvragen wat het nut is van jezelf zo martelen, maar mijn hang naar pittig eten is altijd al groot geweest. Ik gooi het liefst sambal door ieder gerecht, waar ik regelmatig om word uitgelachen door de rest van ons viertal.
Voor de dames is het eten ook een ontdekkingstocht. Dat mondt soms uit in een succeservaring en andere keren in diarree. Of zoals net; uitspugen uit het raampje van de trein.
Wat het ook tot een groot niet weten maakt hier, is de taal. Thaise mensen spreken vrijwel geen Engels en als ze het al spreken zijn ze niet te verstaan. Zelf vinden ze dat ze dan erg goed articuleren, maar er is geen touw aan vast te knopen. Het Thaise schrift is anders en taxichauffeurs kunnen vaak ons schrift niet lezen, waardoor ze de bestemming niet snappen. Dat resulteerde vandaag in een uur wachtende Ruud met alle tassen op een nikszeggend stoepje (wat op Google een leuk uitziend cafeetje was) en drie rondrennende dames op een gigantisch treinstation, een kilometer verderop, op zoek naar dat koffietentje waar Ruud verstopt zou zitten. We waren opgesplitst om nog een wedstrijdje ‘spot de varaan’ te doen in Lumpini Park. Missie geslaagd, maar daarna werd het krapjes door lange taxi wachttijden, geen telefooncommunicatie, verkeerde afzetplek van een kilometer verderop en wederom 35 graden.
Onze Thaise, vrouwelijke gids van de fietstocht door Bangkok was er ook zo-eentje die ervan overtuigd was dat ze erg goed Engels sprak. Hele verhalen zat ze te vertellen. Met volle overgave, een kapsel als een handveger en stoppelsnor vertelde ze over de oorsprong van die en die tempel, over 1900 zoveel waar Koning zus toen heerser was en over een heel goed ‘What Ka yun pra Kaaah’ restaurant waar we straks langs zouden komen. We knikten braaf, maar verstonden er geen snars van. Het deerde niet.

Het was heerlijk om door de kleine achterafstraatjes te fietsen, over smalle bruggetjes van houten planken te laveren, ons te verwonderen over het grootste Boeddha-beeld wat we ooit gezien hebben, de wind door de t shirts te laten wapperen en in een longtailboot de rivieren over te racen.
Op onze vraag aan de kinderen: “Wat vonden jullie het leukste aan de fietstocht?” was het antwoord: “De boottocht!”
En de hond van het kantoor.

De dag ervoor hebben we onszelf een hele middag in een grote shoppingmall gegund, om te vertoeven in airco en nieuwe zwemkleding in te slaan. We gaan immers een aardig potje zwemmen hier de komende tijd.
Wat we ook veel gaan doen is op een massagetafel liggen. We zijn er gisteren al mee gestart. Terra en Maila een voetenmassage van een uur en Ruud en ik een massage waarbij je, vrijwillig, gevierendeeld wordt. Thaise massage staat bekend om handen- en voetenwerk. Ze gaan boven op je zitten, roeren met hun puntige ellebogen in je nekspieren, trekken aan je been en duwen met hun voet tegen je bekken. Zelfs een handdrukkampioen legt het af tegen de spierballen van de meest schriele, Thaise dametjes die je wervelkolom in het matras proberen te duwen.
Na een massage van een uur ben je 10 centimeter langer en acht euro lichter.
De schoolboeken hebben we een paar dagen in de koffer laten zitten. Dat pakken we op onze volgende bestemming wel weer op. Het was fijn om even een paar dagen ‘vrij’ te zijn van schema’s, Franse, Duitse, Engelse vervoegingen en ingewikkelde sommen.
Landen in een nieuw land. Afscheid nemen van het vorige land. Dat laatste heb ik een beetje onderschat. Nepal is ook zo’n fijn, hartvervullend land, waar de mensen echt contact met je maken. Met hun ogen zoeken ze jouw ogen, ze zien je. Het land en de mensen zijn in mijn hart gaan zitten en ik kon dan ook niet anders dan een traantje wegpinken in het vliegtuig.
Ik vergeet vaak dat ik een enorm gevoelig afgesteld persoon ben, wat zich opbreekt na twee dagen drukte in een Zuid-Aziatische metropool. Mijn ziel doet er altijd iets langer over om aan te komen, langer dan mijn fysieke lichaam wat zichzelf vervoert met vliegtuig, trein en taxi’s.
Mezelf een beetje tijd geven om alle indrukken te verwerken, dat heb ik iets beter te doen. Ook wat tijd en ruimte nemen voor mezelf. Dit geldt uiteraard ook voor Ruud, of eigenlijk voor ons allemaal, maar van ons allen ben ik daar het slechtst in.
Eens kijken hoe zich dat gaat ontvouwen op onze volgende bestemming. Daar strijken we neer voor maar liefst twee weken. Beetje zwemmen, beetje wandelen aan het strand, school een boost geven en iedere dag goddelijke mango’s eten die je nooit in Nederland zult proeven.

Ondertussen zijn we een uurtje verder in de trein. Ruud heeft weer een geheimzinnig pakketje gekocht voor 50 cent. Terra luistert naar Lana del Rey op haar koptelefoon. Maila kijkt verveeld uit het raam. En ik? Ik adem uit en kijk met hun mee naar de ondergaande zon.
Zelfs deze verstikkende trein went al een beetje. Gewoon een kwestie van tijd…
weer een leuk verhaal om te lezen. Jullie smaakpapillen worden wel geweld aangedaan. Hopelijk raken ze gewend aan al die andere smaken en geuren. Het heeft hier inderdaad al een beetje gesneeuwd. En je kunt van mij een sneeuwbal krijgen als je mij wat warmte stuurt en meer zon. Jullie hebben in ieder geval goed weer om te zwemmen en te paraderen langs het strand. Geniet er maar weer van. Groetjes Paulien en Ton.
LikeLike