“Yes! De koe poept! Dit is zo geweldig!!”
Shrinu straalt met haar hele gezicht en graait met haar blote handen in de verse koeienflats. Ze stopt het in een plastic boodschappentasje. Haar handen zijn nog rood en geel van de kleurstof waar ze de koe net mee heeft vereerd, door hem een ‘tika’ (stip) op het voorhoofd te geven.
“Wil je ook?” vraagt ze aan Terra en biedt haar bruine poephanden aan.
“Eh… nee, bedankt. Ik kijk wel als dat ook oké is,” antwoord Terra.
“Vroeger smeerden we het ook op ons gezicht, als een masker,” vervolgt Shrinu. “De koe is heilig voor ons, dus alles wat de koe ons geeft is ook heilig en geeft voorspoed.”
Vijf minuten later ligt de koeienpoep in de keuken, op het aanrecht, om klaargemaakt te worden voor een ritueel. Ze maakt er een homp van, plukt oranje bloemen in de tuin, steekt ze erin en zet het op een soort rots wat het altaar is, precies naast het aanrecht. Het belletje wordt geklingeld, rode en gele kleurstof wordt gestrooid, ze bidt voor nog meer poep. Pas dan is het tijd om handen te wassen.



Het is de tweede dag van Tihar. Het vijfdaagse Hindustaanse feest van licht, kleur, familie en iedere dag wordt er een dier vereerd. Vandaag de koe, gisteren de hond. Daar waar de zwerfhonden normaliter wordt weggekssjt, krijgen ze met Tihar een bloemenkrans om de nek en een stip op de kop. Dit feest kenmerkt zich door de vele kaarsjes, lampjes en bloemenslingers die het huis versieren, prachtige rode sari’s gedragen door de vrouwen, een speciale dag waarop broers en zussen elkaar cadeautjes geven, vloerdecoraties met hoe kan het anders: koeienpoep en heel, heel veel rituelen. Soms doet het hier en daar een wenkbrauw rijzen bij ons westerlingen. Ruud vroeg aan mij: “Wat ben je aan het doen?” Ik zat al een half uur gebogen over een klein bosje gras ten grootte van mijn vuist. “Ik moet het mooie gras eruit zoeken. Voor in de schenktuit van het water.” Terra en Maila kregen een mandje in de handen geduwd met Afrikaantjes. De bloemblaadjes moesten eraf worden gehaald, maar niet het zwarte gedeelte (van een halve centimeter) van de stamper. Dan moest alles weer overnieuw. Tijdens de broers- en zussenceremonie werd er water gesprenkeld rondom degenen die geëerd werden, als een soort barrière. Daarna werd er een walnoot kapot geslagen met een belegde kokosnoot, om de kwade geesten te laten zien dat ze zich er niet mee moeten bemoeien. En aan het eind eet iedereen zich misselijk in chocola, gefrituurde oliebollensnacks, mandarijnen en deegringen waar je, als ze eenmaal hard zijn geworden, het oudhollands ringwerpen mee kan winnen.





Oke, geen trekking door de bergen dit keer. Maar wàt een geschenk dat we dit bijzondere feest mee hebben mogen maken met de familie van de farmstay waar we eerder ook al verbleven. We kunnen wel zeggen dat we het echte Nepalese leven tot in de details hebben leren kennen. Ik zal nog een paar kenmerkende dingen benoemen:
- Op een brommer of motor moet alleen de bestuurder een helm op, degene die achterop zit hoeft dat niet. Lees: de rest van de familie.
- In een auto idem, de bestuurder moet een gordel om, de rest niet.
- Als er getrouwd wordt, mag het nieuwe bruidspaar (en de familie waar ze bij in trekken) twee weken geen zout eten. Dus geeft de schoonfamilie vooral ‘ghee’ (soort boter), dat is nog enigszins zout.
- Als je als meisje trouwt, ga je daarna bij je schoonfamilie wonen.
- Een potje kaarten is verboden bij de wet. Als je, als Nepali, in het openbaar gaat zitten bridgen of klaverjassen, krijg je een boete en riskeer je gevangenisstraf. Wij pesten ons helemaal suf in ieder restaurant om de tijd te doden.
- Veel meisjes op het platteland gaan niet meer naar school als ze eenmaal ongesteld zijn geworden.
- Toezicht op hygiëne, zoiets als de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit, bestaat hier niet. Zolang mensen niet ziek worden, mogen er kakkerlakken rondlopen en mag je poep op je aanrecht leggen.
- Ze leven in het jaar 2080, de Hindustaanse jaartelling.
- Je eet met je handen, niet met bestek.
Over kakkerlakken gesproken; na een week op een allesbehalve schone plek en met de nodige insecten te hebben geleefd, verwacht je niet perse een ranzig rennend beest op een hagelwit bed in een duur appartement in Kathmandu. Vlak voor het slapen gaan, notabene. Ik tilde voorzichtig het laken op en werd tegemoet gezwaaid door lange zwiepende voelsprieten, vastzittend aan een smerig lijf van vijf centimeter, wat vervolgens onder mijn hoofdkussen verdween.
“Is it one or more?” vroeg de eigenaar aan de telefoon.
Deze vraag bevatte meer informatie dan dat ik in de gaten had.
“Eh, one. But he’s very big.”
“Ah, that’s not so nice. We’ll look tomorrow, okay?”
Zeker niet. Er rent iets over mijn kussen en ik heb een hartslag van 200.
“No, not tomorrow. Now please.”
“They don’t do anything, tomorrow okay?”
Wanhoop nabij en een hartslag van 240.
“No sir. Now. Now. You come and get it.”
Inmiddels zat het beest onder het nachtkastje. Ik stond op de bank in de woonkamer. Ik bedacht me ineens dat mensen soms precies zo op een tafel staan voor een muis. Vijf minuten later kwam de nachtjongen op zijn blote voeten, pakte het krakende insect op met zijn handen (gatver) en wandelde de deur weer uit. Weer vijf minuten later lag ik met een verstijfd lijf in bed en probeerde Ruud te geloven in zijn opportunistische, edoch onervaren, benadering van kakkerlakken. “Acht komt goed schatje. Het zal er vast maar één zijn.”

De dagen erna hebben we er nog wat gevangen, onder een glas en deze als bewijsmateriaal voor de eigenaar in het trappenhuis gezet. Tevens zichtbaar voor alle andere gasten. Om er nog enigszins wat van op te steken hebben we ze geobserveerd onder het glas en applaus gegeven voor hun bestaansrecht, wat verder teruggaat dan de dinosaurussen. Tot zover en zeker niet verder dan dat gaat mijn hulde voor de kakkerlak. Ik heb ze net iets te vaak als bedpartner gehad op mijn vorige reizen in Zuid Amerika.
De ‘tussenweek’ in Kathmandu werd gevuld met huiswerk, cricket kijken, uitstapjes voor souvenirs en een bezoek aan een bijzonder, boeddhistisch klooster. Dankzij Ana, onze Colombiaanse vriendin die er ooit twee maanden vrijwilligerswerk heeft gedaan, mochten we naar binnen. Er wonen 600 jonge monniken, waarvan de jongste drie jaar oud is. Sommige zijn wees, sommigen worden er naar toe gebracht omdat ze de zoveelste zoon in de rij zijn en hun ouders geen geld hebben om hen een waardig bestaan te geven. Ik heb nog nooit zoveel jongens bij elkaar gezien. Wij keken onze ogen uit naar hen en zij naar ons. Het Kadampa Monastery ziet bijna geen toeristen en al helemaal geen blonde meisjes en een reus van 1.90 meter.

Ruud kreeg zelfs een compliment toegefluisterd van één van de oudere monniken: “Sir, you are so beautiful.” Dat zeg ik natuurlijk al jaren, maar voor deze jongens is Ruud én lang én hij heeft een bos krullen (zij hebben allemaal een kaal hoofd) én hij heeft een baard (hebben zij ook niet) én hij is een man-man. En hij kan goed timmeren, excellen, tenten bouwen, houthakken, mopperen en sinterklaasgedichten schrijven, maar dat is meer voor intimi.
We kregen een zegening van de hoogste, spirituele leider Rinpoche, die tijd voor ons vrij maakte om ons te ontvangen, wat kennelijk een zeldzaam moment was, zo werd ons later verteld.



Maila vond het er maar niks. Het duurde lang, ze vond het meer een gevangenis dan een klooster en aangestaard worden door honderden jongens kan op tienjarige leeftijd nét iets te veel van het goede zijn.
Na deze intense anderhalve week zijn we neergestreken in Bhaktapur. Voor ons een bekende stad, maar wel een fijne. Overigens voelt het alsof we al een paar maanden onderweg zijn, maar we zijn nog maar 3,5 week weg. Morgen weer een flinke schooldag.
Voor Terra gaat de titel van dit blog daar ook over. School is saai, stom en heel vaak ook gewoon KAK.
Mee eens.
Wat een belevenissen, en leuk om mee te lezen top genieten maar
LikeGeliked door 1 persoon
Dank Marg!
LikeGeliked door 1 persoon
Wat een leuke verhalen, genieten we van. En wij hopen dat jullie ook nog veel kunnen genieten tijdens jullie wereld reis.
LikeGeliked door 1 persoon
Genieten doen we zeker!
LikeGeliked door 1 persoon
Wat fantastisch weer Maaike dat jullie dit mochten bijwonen.Heel leuk geschreven ook, en wat de kakkerlakken betreft,ik weet precies hoe je je gevoeld moet hebben ,ik heb ooit in Cuba een hele nacht rechtop in bed gezeten omdat ze polonaise liepen door onze slaapkamer, gatverdamme. We kijken uit naar verdere verhalen over deze bijzondere reis. Groetjes en heel veel plezier samen.
LikeGeliked door 1 persoon
Hahaha, de polonaise. Ik kan het me inbeelden…
LikeGeliked door 1 persoon
Wat heerlijk dat het ‘al zo lang weg’ voelt! En wat jullie meemaken lijkt me ook bijna te veel aan indrukken voor maar 3,5 week! Ga lekker door met indrukken opdoen, genieten én leren😬 sterkte en veel plezier!!
LikeGeliked door 1 persoon
Ja, blijven we doen. Dank voor je lieve berichten!
LikeGeliked door 1 persoon
Wat een bijzondere dingen maken jullie mee. Kan me voorstellen dat je een gevoel krijgt, ik ben al lang op reis.
Ik hoop wel dat het aanrecht schoon gemaakt is voordat er weer aan een maaltijd begonnen is. Maar ja, een weerstand opbouwen is ook goed.😘
LikeGeliked door 1 persoon
Eh nee, aanrecht schoonmaken hoeft niet volgens hen… Ach, we zijn er niet ziek geworden en het was fantastisch!
LikeGeliked door 1 persoon
Wat een prachtige foto’s en mooie verhalen, geniet ervan ! En vertel Terra maar dat de hockey meiden eerste in de poule staan. Heel veel plezier !
LikeGeliked door 1 persoon
Superknap! Ze leest mee, dus bij deze 🙂
LikeGeliked door 1 persoon