Honden, kikkers en knieën

“Ièèk!” roept Maila. Ze stopt even. “Wat is dat? Poep?” Terra kijkt er naar. “Weet ik niet. Misschien is het wel kots.” Ik maak er een tijdsvuller van. “Ah jekkes. Wat rijmt er trouwens op kots?”

Tussen de koeien door klinkt er een hots, jots, gots. Ergens in een weiland op het Krijtlandpad. Dit begint in Maastricht en voert je via enkele etappes door het bourgondische, heuvelachtige zuiden weer terug naar het terras waar je mogelijk begonnen bent. 

Ons doel: drie dagen lopen om te kijken hoe knieën, heupen, enkels, rugzakken en mentale spieren het uithouden. Dit naar aanleiding van onze vurige wens om in Nepal, onze eerste bestemming straks, weer een trekking in de Himalaya te maken.

Dit staat een beetje onder spanning, aangezien onze hard groeiende puberdame een lange knieblessure heeft gehad, mijn knieën ook niet al te steady zijn en we toch enigszins moeten weten of het haalbaar is. 

Inmiddels zijn we een uur onderweg. Mijn voet begint steeds meer pijn te doen. Ik had al een week last van mijn voet, maar had bedacht dat ik het er wel uit zou lopen. Het gewicht in mijn grote trekking rugzak drukt extra op de afwikkeling van mijn voet, maar ik druk mijn struivogelknop in. De meiden lopen allebei met een eigen rugzak.

Maila stopt weer. “Er zit een scherp randje aan mijn schouderband en dat doet pijn, ik schaaf er de hele tijd langs.” Ik voel inderdaad een lelijk uitsteeksel en vis een zakmes uit de EHBO set. Terra was al verder vooruit en kwam teruggelopen. “Kunnen we misschien gewoon doorlopen? We stoppen iedere keer. Zo komen we er nooit en het is bloedirritant!”

Ik leg geduldig uit dat een eerste dag altijd even wennen is, dat het even zoeken is naar een goed ritme, dat je even moet voelen of alles goed zit of anders moet, welke kleding fijn is, even zus even zo. 

Heel geduldig. 

Dat het om de weg ernaar toe gaat, om de reis zelf en niet alleen het eindpunt. Blablabla.

Echt zo’n moederpraatje.

En dan is je moeder ook nog coach. Vreselijk.

Maar ja, puntje bij paaltje, de realiteit is dat een wandeltempo van een 9-jarige anders ligt dan het tempo van een 13-jarige. Terra loopt als een commando. In een hoog marstempo, hop hop hop, vooruit met de blik op oneindig. Maila houdt meer van idiote gesprekjes onderweg en vooral van veel hondjes aaien en kikkers kijken.

Zie daar maar eens een balans in te brengen. Mijn voet begon steeds meer te houden van hondjes en kikkers. 

Het laatste uur ging voorspoedig. Terra bracht haar tactiek over op Maila.

“Kijk, ik bepaal dan een doel, zoals die boom. En als ik daar dan ben, pak ik weer een nieuw doel en daarna weer een nieuwe. Zo kan ik heel lang en ver lopen. Je moet alleen niet een doel kiezen dat te ver weg ligt, dat werkt niet.”

Ik liep achter hen en zat stilletjes te genieten van Terra’s eigen wijsheid. 

“Nu kiezen we die boom,” zegt ze.

“Welke?” vraagt Maila.

Terra wijst. “Die.”

“Bedoel je die of die?”

“Nee, die daarachter.”

“Ja, maar daar staan er twee.”

“Die voorste, nou goed.”

“Ik wil liever die achterste.”

“Weet je? Zoek het uit. Het doet er niet toe! Bepaal jij maar.”

Het leek even op een gevalletje ‘Zullen we samen spelen, ja leuk en na twee minuten knallende ruzie’, maar dit keer had de kracht van het spelletje de overhand en ze stapten flink door, op weg naar onze eerste overnachting.

We werden verwelkomd door een slissende, aardige man en oordoppen. Op ieder kussen lag een fris setje als welkomstgeschenk. We keken naar hem, we keken naar buiten en zagen de kerk op 20 meter afstand staan. 

“Ieder half uur een ssslag en ieder heel uur alle klokssslagen,” zei de man. “Het ontbijt is vanaf half acht. Fijne avond en sslaap lekker.” 

De meiden schonken er geen aandacht aan, ploften op bed en gooiden hun schoenen in een hoek. Ik had nog iets onder mijn schoenen als aandenken aan de eerste dag en zette deze buiten de deur.  Eenmaal mijn schoenen uit voelde ik de steken in mijn voet nog beter. 

De avond vulde zich met Ruud (hij moest die dag nog werken en sloot aan), ergens wat eten, Spongebob kijken, douchen, tijgerbalsem en naar bed.

Uit het tweepersoonsbed van Maila en Ruud klonken al snel slaapgeluiden. Terra daarentegen kon de slaap niet vatten en draaide zich tien keer per minuut om, waardoor ik ook niet in slaap kwam. En nét als ik bijna in slaap sukkelde werd ik opgeschrikt door een schelle, luide kerkklok. Het voordeel is natuurlijk dat je ieder uur precies weet hoe laat het is, maar ook dat je ieder uur weet hoe weinig je nog kunt slapen. Bij het krieken van de dag viel ik in slaap.

Na het ontbijt besloten we dat ik op sportschoenen zou lopen, wat de afwikkeling van mijn voet zou bevorderen, dat Ruud met mijn trekking rugzak zou lopen en bijbehorende kilo’s en dat we op zoek moesten naar vlaai. Echte Limburgse vlaai op een dito terras.

Eenmaal onderweg stopte Terra, na een half uur, vanwege pijn in haar voet. Ik inspecteerde haar schoen en begon te lachen. Deze mevrouw strikt haar schoenen altijd zó strak dat het niet anders kan dat haar voeten aan het afsterven zijn vanwege een gebrek aan bloedtoevoer, of op zijn minst vacuümgetrokken.

Dit was snel verholpen. Als mijn voet en dit klachtje alles zouden zijn, dan is de trekking in Nepal binnen handbereik. Dacht ik.

Weer een half uur later werd Maila’s voet onder handen genomen met tape, om te voorkomen dat blaren hun intrede zouden doen.

Eenmaal dartelend over de kleine, steile paadjes zei ze: “Weet je wat ik nou zo leuk vind aan mezelf?”

“Eh, nee,” antwoordde ik en glimlachte trots.

“Dat ik overal dingen in kan zien. Zoals daar, daar zie ik een krokodil in. En daar, dat zijn hele grote oren.”

“En weet je waarom ik nog meer van mezelf hou?” vervolgde ze. “Ik ben best wel vaak vrolijk!”

Dat kon ik alleen maar voluit beamen en gaf haar een liefdevolle aai over haar bol. Van binnen hoop ik vurig dat iedereen zo van zichzelf kan houden.

De middag eindigde op een Limburgs terras met een stuk vlaai en een Belgische wafel.

Ik hief m’n theekop: “Proost op het verloop van de wandeltocht! Geen kniegedoe, mijn voet gaat iets beter, goed weer gehad, morgen wordt een mooie laatste dag!”

De dag eindigde in een hotel met een verstopte, oefenende operazangeres die Maila de stuipen op het lijf joeg met haar hoge gekrakeel.

De volgende ochtend ontbeten we tussen de bejaarden, lieten we de meeste spullen achter bij de bejaarden, om ze later weer op te halen en vervolgden we onze route. Voor het eerst werden de paadjes wat steiler en smaller. We stapten met volle inzet voort, vergezeld door prachtige glibberige, oranje bosbewoners. 

Deze voorwaartsheid was van korte duur; de knie van Terra had besloten iets minder inzet te willen leveren. We probeerden de knie nog te verleiden met een jasje van tape, maar het mocht niet baten. Het antwoord was nee. 

En zo eindigde de laatste dag en de tocht al vroeg in de ochtend bij een ijsboer. 

Dan maar een ijsje. Niets aan te doen, niemands schuld en samen uit, samen thuis.

Ondanks dat we ons nu afvragen hoe we het gaan doen in Nepal (mijn voet is ook nog steeds niet hersteld), besef ik me nog meer, dat het ook écht niet gaat om het halen van een gewenst resultaat. Om in Terra’s strategie te blijven; we hebben al vele bomen gehaald. En niet te ver vooruitkijken, dat werkt niet. 

Ik kan alleen maar terugkijken op drie fantastische dagen samen, waarin we avonturen hebben beleefd, idiote en leuke gesprekken hebben gehad, hebben leren verduren, leren doorgaan, grenzen hebben aangegeven en flexibel hebben moeten zijn.

Dit zijn de grootste cadeaus en ik weet uit ervaring dat een lange reis maken dit nog eens doet in overtreffende trap. 

Ik kan niet wachten. 

Maar… eerst maar eens de volgende boom uitkiezen. Ik denk dat het de fysio wordt. 

4 reacties op “Honden, kikkers en knieën

  1. Geweldig idee Terra, om steeds één boom vooruit te kijken, die ga ik onthouden.
    Wat een prachtige cadeaus voor jullie allemaal Maaik! X

    Like

  2. Super goed dames en ook Ruud. Veel oefen plezier. Hoorde van jullie ouders dat er een leuke reis gaat gebeuren. Oefen ze nog samen. Groetjes Nellie Toon Wijnen. Ga jullie volgen

    Like

Plaats een reactie